|
Schuilkelders
Achter
Huize Honk aan de Burg.Falkenaweg
lagen in 1946 twee betonnen schuilkelders, deze waren door de Duitsers achtergelaten. Totaal waren er in Heerenveen vijf schuilkelders. Het waren geen bunkers omdat ze niet van
gewapend beton waren. De schuilkelders waren gebouwd in de
vorm van een hoefijzer, de muren hadden een dikte variërend van 60 tot 150 centimeter en hadden het doel om bescherming te
geven tegen lucht aanvallen.

De
Gemeente kocht Huize Honk om er een
werkplaats voor minder validen van te maken, er was toen
nog geen sprake van dat de schuilkelders weg moesten maar
waar ze stonden moest een moestuin komen en men wilde
niet herinnerd worden aan de oorlogsjaren. Handelsmaatschappij
Noordgraaf NV te Amsterdam kreeg de opdracht om deze schuilkelders te
verwijderen en schakelde J.vd Bos in om het werk uit te voeren. Helaas raakte deze
in financiële problemen en het werk kwam stil te liggen en Handelsmaatschappij Noordgraaf NV heeft uiteindelijk
zelf de
klus geklaard. De
schuilkelders werden opgeblazen en het puin werd
afgevoerd, van 1 schuilkelder kwam er 1140 kubieke
meter puin vrij, het opruimen kostte toen f 9040,-
Woningen
Aan de Eeltje
Halbertsmastraat, een zijstraat van de Burg.Falkenaweg,
werden
de eerste woningen gebouwd in 1933. De eerste hypotheek werd verstrekt door de Schoterland en wel 15000
gulden voor de bouw van 6 middenstandswoningen.
In
1949 heerste in Heerenveen een grote woningnood, dus werd
daarom in de omgeving van de Sieger van der Laanstraat en
de Rozenstraat, 21 ha grond gekocht. Twee jaar later moest
alweer aan nieuwe uitbreidingen worden gedacht, toen werd
er besloten over te gaan tot de aanleg van straten ten
oosten van de Burg.Falkenaweg.

Oude
Molenweg
De Oude Molenweg ontleent haar naam uiteraard aan
korenmolen De Hoop.
In
de jaren na 1870 werden er verschillende molens in Heerenveen bij
gebouwd.
De
stoommachines waren te duur en men stond heel wantrouwend tegenover de
“vuurmachines “
De
kolen waren toen destijds duur en wind kostte niets.
In
1873 kreeg Simon Slagman toestemming van Gedeputeerde Staten van
Friesland voor de bouw van een nieuwe molen ten zuiden van de toenmalige
bebouwing. De nieuwe Korenmolen had een vlucht(wiekslag)van 21.5 meter.
De
heer Slagman was knecht geweest op de molen Welgelegen aan de Fok.
Van
het bijbehorende molenhuis ging het verhaal dat het behekst was omdat er
geen enkele spijker in verwerkt was. Alle verbindingen waren met houten
pennen gemaakt.
De
heer Slagman adverteerde in 1874 met varkensvoer, gort en boekweitmeel
en het best bakkend roggebloem.
De
molen werd ook tot molen “De Hoop” gedoopt.
In
1880 kwam de molen in handen van Jan Johannes van de Leij, deze kwam
naar Heerenveen omdat een dorpsgenoot (Vrouwenparochie )hier een goed
lopend bedrijf had.
Na
het vertrek van Johannes van de Leij werd Her-mans Albertus Vosman uit
Sneek de nieuwe eigenaar.
Ter
gelegenheid van zijn huwelijk met E.Plasma (1887)gaf hij een vierpagina
tellend “Nieuwe Opregte Huwelijksbode”
uit in plaats van kaartjes te versturen.
Het
echtpaar maalde de molen van 1886 tot 1894, hier na vertrokken ze naar
de molen “het Lam” te Leeuwarden.
Sjoerd
Jacob Voetberg uit Nieuweveen werd de nieuwe molennaar (1894-1910)
Toen
de heer Voetberg de molen over nam liet hij per advertentie weten dat
hij de klanten even goed zou bedienen als zijn voorganger.
Diversen
knechten had hij in dienst zodat de zaken
goed konden lopen. O.a. Sake Heemstra (1905-1907)
Marten
Meester (1907-1910).
Thuis
kreeg het echtpaar Voetberg een zware slag te verwerken. Op tragische
wijze kwam hun negenjarige dochter Geesje op 17 september 1904 te
overlijden.
De
kinderen van de Gereformeerde School legden op haar grafje een bloemen
krans.
Misschien
was dat de reden, dat het echt paar besloot
om naar de Verenigde Staten te emigreren in 1910.
In
1912 werd de molen “De Hoop” publiek verkocht en overgeplaatst
(steen voor steen afgebroken )naar Oudleusen (hier steen voor steen weer opgebouwd.
In
1922 werd deze achtkantige stellingmolen van Oudleusen naar
Losser(Overijssel) verhuist.
De
molen werd in 1926 buiten bedrijf gesteld.
In
1943 ontwiekt.
In
1953 onttakeld.
In
1970 werd de onderbouw afgebroken.
De
maalstoel werd aangekocht door het Palthe museum in Oldenzaal en daar
tentoongesteld.
Het
bijbehorende molenhuis bleef na verdwijning van de wiekdrager bestaan,
het is eerst een winkel geweest en later een woonhuis. Het is het huis
aan de Oude Molenweg wat dwars op de weg geplaatst is.
De
sloot waar de granen en melen af en aan werden gevoerd, is nu een deel
van de straat.
Op de
Oude Molenweg nummer 9 staat een gebouw dat een slachtplaats
was voor vee. In 1954 werd dit gebouw verkocht aan het
Transportbedrijf Dijkstra welke gespecialiseerd was in
verhuizingen en veevervoer. Toen deze het pand verliet is het een autogarage geworden
(eerst Jansma-van der Mei later Auto Jansma Mercedes en Nissan
garage).
In
november 1978 is het achterste gedeelte door brand verwoest en weer
opgebouwd. In 1979 is garage Jansma verhuisd naar industrieterrein Zuid en
heeft er nog een tijd een garage ingezeten (Harry Pit) daarna is het overgedragen aan de stichting Caleidoscoop en die maakte er de
hobbyruimte "De Romte" van. In 1999 is De
Romte verhuisd naar de Cirkel aan de
Fok. Ook staat op de Oude Molenweg nog
een gedeelte van de Marechausseekazerne, hierin is garage
Bruinsma gevestigd.
top
|